Psychotische stoornissen

Als je psychotisch bent, hoor je vaak stemmen in je hoofd en is je denken in de war. Naast stemmen horen, kun je ook beelden gaan zien die anderen niet zien. Of iets ruiken en voelen wat er helemaal niet is.

Waar heb je last van?
Dromen terwijl je wakker bent Leven met een psychose is net dromen terwijl je wakker bent. Je hoort en ziet van alles waar je geen invloed op kunt uitoefenen. Soms zijn de stemmen in je hoofd leuk. Vaak zeggen ze iets vervelends of geven ze je opdrachten die je moet doen. Jijzelf hoort die stemmen of geluiden wel, maar anderen horen ze niet. Je kunt de stemmen niet laten stoppen. Je hoort ze ook wanneer het je niet goed uitkomt. Bijvoorbeeld op school of wanneer je met je vrienden praat. Je kunt je daardoor niet meer goed concentreren of je kunt het gesprek niet meer volgen.

Wanneer je stemmen hoort, kun je erg in de war raken. Je gaat je anders gedragen en de gewone dingen kosten je opeens veel moeite. Naar school gaan wordt bijvoorbeeld lastig en daarom spijbel je. Vriendschappen verwateren omdat jij je in de ogen van een ander raar gedraagt. Of je vertrouwt je eigen vrienden niet omdat je denkt dat ze jou bespioneren. Soms vertrouw je zelfs je eigen ouders niet meer en krijg je veel en vaak ruzie. Voor je ouders is het moeilijk om jou te begrijpen. Wat jij hoort, denkt en doet, is voor jou misschien logisch, maar voor een ander juist niet. Door de vele ruzies en het gemopper trek je jezelf maar terug. Ook is het soms zo druk in je hoofd dat je er gewoon heel moe van wordt en overdag veel in bed ligt. De gedachten dat je je vrienden of je ouders niet meer kunt vertrouwen, noemen we waan met waandenkbeelden. Ze kloppen niet met de werkelijkheid. Dat geldt ook voor gedachten over mensen die je afluisteren of dat er overal camera's hangen die je bespioneren. Of dat mensen van de radio of tv het speciaal tegen jou hebben.

Hoe vaak komt het voor?
Eén op de honderd mensen heeft wel eens last van stemmen in z'n hoofd. Vaak komt het voor het eerst voor in de puberteit.

Wat is de oorzaak?
Er zijn vele onderzoeken geweest naar de oorzaak van psychotisch zijn en het hebben van waandenkbeelden. Toch is de oorzaak nog steeds niet bekend. Wel is ontdekt dat het in bepaalde families vaker voorkomt dan in andere. Hieruit is geconcludeerd dat erfelijkheid een rol speelt. Maar ook spanning en stress zijn belangrijke factoren. Wanneer je hersenen in aanleg minder goed met spanning en stress kunnen omgaan en je komt in situaties waar je veel stress ervaart, kun je psychotisch worden.

Wat is er tegen te doen?
Wat kun je er zelf aan doen?
Psychoses zijn niet op eigen kracht te genezen. Maar je kunt ze wel helpen voorkomen door je leven goed te structureren en spanningen te vermijden. Drugsgebruik is voor sommigen een manier om met spanning om te gaan. Drugs kunnen je namelijk op korte termijn rustig en ontspannen maken. Maar drugs kunnen ook een psychose uitlokken. Wanneer je gevoelig bent voor het krijgen van een psychose, is drugsgebruik sterk af te raden.

Waaruit bestaat een behandeling?
Wanneer jij of je omgeving veel last ondervinden van de psychose moet er hulp worden ingeroepen via de huisarts. Deze hulp bestaat in eerste instantie uit medicijnen die de psychose minder laten worden. Ze heten dan ook anti-psychotica. Samen met je arts zoek je uit welke medicijnen het best bij jou werken en hoeveel je hiervan moet hebben. Met medicijnen kan de psychose minder worden of zelfs helemaal verdwijnen. Wanneer je stopt met de medicijnen kan de psychose terugkomen. De medicijnen hebben soms ook bijwerkingen. De een heeft daar meer last van heeft dan de ander.

Uit onderzoek blijkt dat spanning en stress belangrijke factoren zijn in het ontstaan van een psychose. Tijdens een behandeling leer je wat voor jou stress en spanning oplevert en hoe je daar zo goed mogelijk mee kunt omgaan. De kans op een terugkeer van de psychose wordt daarmee zo klein mogelijk gemaakt. Tijdens de behandeling kun je bijvoorbeeld ontdekken dat je school net te moeilijk is. Of dat je ouders meer van je verwachten dan je kunt.

Bron: Accare, landelijk kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie